Een vereniging is vennootschapsbelastingplichtig als de Belastingdienst haar als ondernemer ziet: deelname aan economisch verkeer, organisatie van kapitaal en arbeid, en winststreven of structurele winst. Vrijstelling geldt meestal bij ≤ €15.000 winst per jaar of ≤ €75.000 over vijf jaar.
Het is het einde van het boekjaar. Als penningmeester kijk je met trots naar de cijfers. De jaarlijkse conferentie was een groot succes, de verkoop van merchandise liep storm en de inkomsten uit de sociëteit of bar zijn hoger dan begroot. Er staat een mooi positief resultaat onderaan de streep. Maar dan bekruipt je een ongemakkelijk gevoel: "Moeten we hier eigenlijk belasting over betalen?"
Veel bestuurders leven in de veronderstelling dat verenigingen en stichtingen per definitie belastingvrij zijn, omdat ze geen winstoogmerk hebben. Dat is een misvatting. De Belastingdienst kijkt namelijk niet naar wat er in je statuten staat, maar naar wat je feitelijk doet. Gelukkig betekent winst maken niet direct dat je moet betalen. Met de juiste kennis houd je grip op de financiën en voorkom je verrassingen achteraf. In dit artikel leggen we precies uit hoe het zit.
Wanneer is een vereniging vennootschapsbelastingplichtig?
Niet elke vereniging krijgt te maken met vennootschapsbelasting (VPB). De basisregel is dat een vereniging alleen belastingplichtig is voor de activiteiten waarmee zij een onderneming drijft.
De Belastingdienst hanteert drie harde criteria om te bepalen of er sprake is van een onderneming:
- Deelname aan het economisch verkeer: Je verricht diensten of levert goederen aan anderen (leden of niet-leden) tegen een vergoeding.
- Organisatie van kapitaal en arbeid: Er is sprake van een organisatie die structureel is opgezet (bijvoorbeeld een bestuur, vrijwilligers, een pand en inventaris).
- Winststreven: Je behaalt structureel overschotten (winst). Ook als je die winst weer herinvesteert in de vereniging, kan er sprake zijn van winststreven.
Voldoet jouw vereniging aan al deze drie eisen? Dan drijf je voor de fiscus een onderneming en kom je in beeld voor de vennootschapsbelasting.
Wat betekent "bedrijfsmatige activiteiten"?
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de kerntaken van de vereniging en commerciële activiteiten. Contributie van leden wordt doorgaans niet belast, omdat dit binnen de besloten kring van de vereniging blijft.
Activiteiten worden bedrijfsmatig (en dus belastbaar) wanneer je in concurrentie treedt met commerciële bedrijven. Denk aan:
- Een studievereniging die betaalde wervingsdagen organiseert voor bedrijven.
- Een buurtvereniging die haar zaal structureel verhuurt voor feesten en partijen van derden.
- Een branchevereniging die betaalde cursussen aanbiedt aan niet-leden.
De vrijstellingen: mag je kleine winsten houden?
Gelukkig heeft de wetgever begrepen dat veel verenigingen weliswaar winst maken om een buffer op te bouwen, maar geen commerciële giganten zijn. Daarom zijn er vrijstellingsgrenzen.
Je bent vrijgesteld van vennootschapsbelasting als:
- De fiscale winst in het betreffende jaar niet hoger is dan € 15.000.
- OF: De fiscale winst in het betreffende jaar én de vier voorafgaande jaren samen niet hoger is dan € 75.000.
Let op: Deze vrijstelling geldt voor de *fiscale* winst, niet per se de commerciële winst uit je jaarverslag. Soms moet je bepaalde kosten of opbrengsten fiscaal anders waarderen.
Voorbeeld uit de praktijk
Stel, je bent penningmeester van een grote studievereniging.
- Situatie: Jullie organiseren een carrièredag. Bedrijven betalen grof geld voor een stand. De opbrengst is € 40.000. De kosten voor de dag zijn € 10.000. De winst op deze activiteit is € 30.000.
- Analyse: Je neemt deel aan het economisch verkeer (bedrijven betalen), er is een organisatie en er is duidelijk winststreven. Jullie drijven een onderneming.
- Conclusie: De winst is € 30.000. Dit is hoger dan de jaarvrijstelling van € 15.000. Tenzij jullie in de voorgaande vier jaren verlies hebben geleden waardoor het totaal onder de € 75.000 blijft, moeten jullie aangifte vennootschapsbelasting doen over deze winst.
Specifieke situaties: Kantine en fondsenwerving
Veel verenigingen hebben een eigen ontmoetingsruimte, bar of sociëteit. De inkomsten hieruit kunnen een grijs gebied vormen.
- De sociëteit/bar: Als de bar alleen open is voor eigen leden en de prijzen laag zijn (kostendekkend), is er vaak geen sprake van winststreven. Zijn de prijzen commercieel en komen er ook externen? Dan is het een horeca-onderneming en ben je VPB-plichtig.
- Fondsenwerving: Organiseer je eenmalig een rommelmarkt of loterij? Incidentele activiteiten worden door de Belastingdienst vaak niet als 'duurzame organisatie' gezien, waardoor ze buiten de VPB vallen. Wordt dit echter een wekelijkse webshop, dan verandert de zaak.
Tips voor bestuurders en penningmeesters
Wil je zeker weten dat je goed zit en boetes voorkomen? Volg deze stappen:
- Splits je administratie: Zorg dat je in je boekhouding duidelijk onderscheid maakt tussen inkomsten uit contributie (onbelast) en inkomsten uit commerciële activiteiten (mogelijk belast).
- Monitor de grenzen: Houd elk jaar in de gaten of je winst de € 15.000 nadert. Kijk ook naar het meerjarenperspectief voor de € 75.000-grens.
- Toets incidenteel vs. structureel: Vraag je bij elke nieuwe inkomstenbron af: is dit eenmalig of gaan we dit structureel doen?
- Bij twijfel: overleg: Twijfel je of een activiteit als onderneming telt? Neem contact op met een fiscaal adviseur of leg de situatie voor aan de Belastingdienst.
- Doe aangifte als het moet: Krijg je een uitnodiging tot aangifte van de Belastingdienst? Vul deze altijd in, ook als je denkt dat je niets hoeft te betalen (je kunt dan een 'nihil-aangifte' doen of beroep doen op de vrijstelling).
Grip op je administratie
Het correct bijhouden van welke inkomsten commercieel zijn en welke niet, begint bij een solide ledenadministratie en boekhouding. Als je precies weet wie je leden zijn en welke betalingen waarvoor dienen, is de stap naar een fiscale toets veel kleiner. Congressus helpt verenigingen om hun ledenadministratie en financiën te stroomlijnen, zodat jij als bestuurder meer tijd overhoudt voor de leuke dingen.
Wil je weten hoe je jouw administratie zo inricht dat je altijd overzicht hebt? Kijk dan eens naar de mogelijkheden van Congressus.
Ja. Als de Belastingdienst je een aangiftebiljet stuurt (of een digitale uitnodiging), ben je verplicht aangifte te doen. Als je onder de vrijstellingsgrenzen valt, geef je dit aan in de aangifte.
Dat hangt ervan af. Een subsidie die bedoeld is om een specifiek tekort te dekken of een activiteit mogelijk te maken zonder winstoogmerk, telt vaak niet mee als belaste opbrengst. Is de subsidie een vergoeding voor een geleverde dienst (prijs-subsidie), dan kan het wel tot de winst gerekend worden.
Het tarief kan jaarlijks wijzigen. Voor verenigingen geldt hetzelfde tarief als voor BV's. Over de eerste schijf winst (tot een bepaald bedrag, bijvoorbeeld € 200.000) betaal je het lage tarief (vaak rond de 19%), daarboven het hoge tarief (rond de 25,8%). Check altijd de actuele percentages op de website van de Belastingdienst.
Ja, als je belastingplichtig bent, mag je de zakelijke kosten die bij de ondernemingsactiviteiten horen aftrekken van de opbrengsten. Denk aan inkoopkosten, huur van de ruimte voor die specifieke activiteit en promotiekosten.





